Door Emmy Lataster – “Een Lang en Gelukkig leven”

Onlangs een artikel gelezen in een tijdschrift uit 2006 waarin 20 huwelijksdeskundigen goede raad geven hoe en wat te doen om samen een Lang & Gelukkig leven te leiden. Het klinkt tegenwoordig bijna als een utopie want ondanks het feit dat we 11 jaar verder zijn en er heel wat aandacht wordt besteed aan (vecht)scheidingen en de veelal nadelige gevolgen voor de kinderen, heeft het aantal scheidingen alleen maar toegenomen en is er op dat gebied nog steeds niets veranderd.
Hieruit blijkt maar weer eens te meer hoe lastig het is om een goede relatie in stand te houden en welke impact heftig emoties kunnen hebben in een scheidingszaak. Niet alleen voor de (ex) partners maar meer nog voor de kinderen. En juist die kunnen er niets aan doen.

Wellicht helpt herhaling van het onder de aandacht brengen van dit artikel een aantal koppels om het bewustzijn te activeren. Je bewust blijven dat het echt geen sinecure is om een relatie in stand te houden en dan liefst ook nog een liefdevolle relatie, kan nooit kwaad.
Vandaar dat ik enkele passages uit het artikel vermeld en dan met name die passages waar ik als familie mediator in mijn praktijk het meest mee te maken krijg.

De eerste gezinsjaren zijn de moeilijkste in het huwelijk. Onderzoeken laten zien dat de tevredenheid met de relatie onmiddellijk daalt vanaf het eerste kind (Zelf merk ik regelmatig op: kinderen zijn Godsgeschenken maar ook Relatiekillers). Oorzaak o.a. stress, forse inperking van de persoonlijke vrijheid, opvoeden, carrière maken, eigen woning enz.enz.. Kortom de Gezins – BV moet draaiende worden gehouden.
Hoe hoger de partners zijn opgeleid, hoe groter de aanpassingsmoeilijkheden. Vooral onder de vrouwen. Het werkende – moederschap blijkt veel lastiger dan ze hadden verwacht.
Studies tonen een direct verband tussen hoe tevreden werkende vrouwen zijn over hun relatie en de bereidheid van hun partner om prioriteit te geven aan het gezinsleven.
Voor de goede orde: partners die een traditionele taakverdeling hebben, zijn tevredener over hun huwelijk dan andere echtparen, en minder geneigd om uit elkaar te gaan. Dat komt doordat het duidelijk is wat ze van elkaar kunnen verwachten. De progressieve koppels moeten continu blijven onderhandelen.
De grootste valkuil voor deze zwaar belaste dertigers is dat ze elkaar door alle hectiek veronachtzamen. De relatie met de partner is de sluitpost, terwijl die de basis zou moeten zijn. Mijn ervaring is dat sommige cliënten het zo druk hebben dat er niet eens tijd is om een afspraak te maken. Dat laat natuurlijk ook meteen zien waar het probleem ligt.
Er is geen tijd meer ingepland voor elkaar. Geen avondje samen op stap of liefst ook af en toe een weekend.
Je relatie onderhouden zit ‘m vooral ook in kleine dingen. Elkaar ‘s ochtends vragen wat voor belangrijke dingen er die dag op het programma staan. Elkaar aan het eind van de dag eens even ongestoord laten klagen over al het onrecht dat hun die dag ten dele is gevallen. Elkaar dagelijks waardering tonen. Elkaar aanraken, knuffelen, kussen. Wekelijks samen even weggaan en bijpraten.
Dat alles kost zo’n vijf uur per week. Door dat contact leren partners de details van elkaars leven kennen en houden ze zicht op wat de ander beweegt. Niet romantiek is volgens de experts de basis van een goed huwelijk, maar vriendschap, want dat houdt de relatie sterk op het moment dat de verliefdheid niet meer zo krachtig is. Voldoende dagelijkse aandacht sterkt die vriendschap, en maakt dat partners alle grote veranderingen – zoals kinderen krijgen, beter aan kunnen. Vandaar ook het advies om elkaar iets meer te behandelen alsof hij of zij een goede vriend of vriendin is.
Het fatsoen waarmee de echtgenoten doorgaans hun vrienden en collega’s te woord staan, moeten ze ook tegenover elkaar aan de dag leggen. Hoffelijkheid, goede manieren, attent zijn; dat houdt niet op na het eerste afspraakje.
De kinderen iets naar de periferie verschuiven en de partners centraal stellen past ook in deze visie van ‘sterk partnerschap’.

Dit is het eerste deel van een aantal passages uit het artikel en soms aangevuld door eigen ervaringen.
Aangezien er nog een aantal aandachtspunten het vermelden waard zijn, zal hieraan een volgende keer aandacht worden besteed.

Bronvermelding:
Martine van Nieuwburg en Agnes Schlüter, Ellen Aptroot, Marianne Emmelkamp, Jos van der Poort & Petra Kempeners, Cathelijn van Wijngaarden en Paul Musters, Gert Nooy, Pieter de Jong, Karel Lambers, Vera Steenhart, Fietje Blom, Gerard van Poppe, Patricia van Lingen, Pieter Vermeulen, Dr. Anne van den troost, Prof.dr. jan Latten, Dr. mr. Cees J. Straver, Dr. Maarten C. Berg